Studs, creolen of hangers: hieronder staat wat elk model doet, hoe je de maat kiest en waar je op let bij je gezichtsvorm. Zo weet je in een minuut welk paar bij je past.

Goudkleurige oorbellen: wat je eraan hebt
Een gouden afwerking vangt licht op, bij daglicht en bij lamplicht. Daarom gaat hetzelfde paar even makkelijk mee naar kantoor als naar een bruiloft. Bij ons zit die afwerking op 304L roestvrij staal, in goud-, rosé- of zilverkleur.
De juiste stijl kiezen
Het aanbod is groot: van klassieke creolen en studs tot vormen die je minder vaak tegenkomt. Het scheelt als je weet waar elk model voor bedoeld is.
Wil je iets dat je 's ochtends indoet en verder vergeet, dan zijn studs de logische keuze. Ze zitten dicht op de oorlel, blijven onder een sjaal of een telefoon, en passen bij zowat alles wat je aanhebt.
Creolen zijn zichtbaarder. Dunne ringen blijven rustig; bredere ringen nemen de plek in van een ketting, dan hoef je er verder niets bij te dragen.
Hangers bewegen mee met je hoofd, en dat is precies waarom ze bij lamplicht opvallen. Ze bestaan in alle maten, van een enkele druppel tot een langere val.
De juiste maat vinden

Begin bij de gelegenheid. Voor een bruiloft of een feest mag een oorbel groter zijn, want de rest van je outfit is dat ook. Voor doordeweeks werkt een kleiner model beter: je voelt het nauwelijks en het haakt nergens achter.
Kijk daarna naar je gezichtsvorm. Bij een rond gezicht doet een langer, smaller model het meest; bij een hoekig gezicht halen rondere vormen de lijnen wat zachter.
En dan je eigen gewoonte. Draag je nooit grote oorbellen, dan voelt een fors paar de eerste uren zwaar aan je oorlel. Begin een maat kleiner en bouw op. Houd je van licht, kies dan een fijn uitgevoerd model.
Goudkleurige oorbellen kies je op drie dingen: de gelegenheid, je gezichtsvorm en hoeveel gewicht je aan je oor wilt hebben. Met die drie hou je van een lange lijst modellen een handjevol over. Daar zit jouw paar tussen.